Vroegtijdige opsporing leverfibrose via Fibrosis-4-index
Om de vroege opsporing van leverfibrose te stimuleren, zal het laboratorium vanaf maandag 26 juni de Fibrosis-4-index berekenen bij elk labo-onderzoek van patiënten tussen 18 en 75 jaar waarbij het trombocytenaantal, AST en ALT werd aangevraagd. We hopen hierbij de zorg en diagnostiek van uw patiënten te verbeteren. Deze berekening wordt kosteloos uitgevoerd.
Chronische leverziekte is vaak asymptomatisch, waardoor een vroege detectie een uitdaging is. In sommige gevallen zullen zelfs de klassieke laboratoriumonderzoeken normaal zijn en geen indicatie van hepatische pathologie vertonen. Hierdoor wordt de aandoening vaak pas klinisch duidelijk in een gevorderde fase, wanneer de schade onomkeerbaar is en behandeling enkel de progressie kan afremmen of in het beste geval kan doen stoppen.

Oorzaken chronische leverziekte
De voornaamste oorzaken voor chronische leverziekte zijn virale infecties (HBV, HCV en HIV), alcohol consumptie en MAFLD (metabolic associated fatty liver disease), ook wel NAFLD (non alcoholic fatty liver disease) genoemd. MAFLD, met een prevalentie van maar liefs 17-46%, is de voornaamste oorzaak van chronisch leverlijden bij volwassenen in de hoog-inkomen landen. Het komt vaak voor samen met andere aandoeningen zoals viscerale obesitas, metabool syndroom, dyslipidemie, hypothyreoïdie en diabetes mellitus type 2. Bij mensen met een normale BMI (<25) , zelfs met normale leverenzymwaarden, kan de prevalentie nog 7% bedragen.
Het is een onschuldige aandoening, op voorwaarde dat ze tijdig wordt gedetecteerd vooraleer NASH (non alcoholic steatohepatitis) optreedt. Deze laatste kan leiden tot fibrosis en eventueel cirrose. Fibrosis is op zich een risicofactor voor de ontwikkeling van terminale leverinsufficiëntie, hepatocellulair carcinoma en overall mortaliteit.
Betere inschatting via de Fibrosis-4-index
Klassiek werd de diagnose van fibrosis gesteld via leverbiopsie. Een invasieve procedure met kans op complicaties. Recent worden minder ingrijpende procedures zoals PET (Positron Emission Tomography), MRI (Magnetic Resonance Imaging) en vooral TE (Transient Elastography) voorgesteld. Helaas zijn deze technieken niet in de eerste lijn beschikbaar.
Als alternatief wordt door de WHO voorgesteld om de kans op fibrosis in te schatten door middel van een bloedindex: de Fibrosis-4-index (of FIB 4 score). Deze werd oorspronkelijk gebruikt om de kans op leverfibrose in te schatten bij HIV-patiënten met een HCV coïnfectie. Ze kan nu bij alle volwassen patiënten van 18 tot 75 jaar berekend worden aan de hand van de leeftijd in combinatie met de concentratie van drie routine laboparameters: de transaminasen AST/ALT en trombocyten.
Om correct gebruik te maken van deze formule dient overmatig alcoholgebruik, behandeling met cytotoxische medicatie, spierafbraak (gestegen CK), hemolyse en het voorkomen van trombocytenaggregaten uitgesloten te worden.

- AST = GOT in IU/L
- ALT = GPT in IU/L
- Platelet count in 109/L
Interpretatie Fibrose-4-index
De NPV (Negative Predictive Value) bij een FIB4 < 1.3 is 90% en bij > 3.75 is de PPV (Positive Predictive Value) 82.1 %. Bij deze hoge waarden is verder onderzoek geïndiceerd. Bij patiënten met intermediaire waarden kan aangeraden worden de FIB4-index op meer regelmatige basis te controleren om zo voor de kliniek gevorderde leverziekte te detecteren. Ook wordt aangeraden geassocieerde risicofactoren zoals diabetes type 2, obesitas en dyslipidemie te corrigeren.
Waarde FIB4-index |
Interpretatie |
| < 1.3 | Laag risico op fibrosis |
| > 1.3 < 3.75 | Intermediair |
| > 3.75 | Hoog risico op fibrosis |
Hopende u hiermee van dienst te zijn.
